Parool

Parool 8-9-2016Paool-8-09-2016-web
artikel Parool lezen (pdf)

Gemeente Amsterdam

amsterdam-oostArtikel lezen (pdf)

dwars door de buurt

dwars-door-de-buurtArtikel lezen (pdf)

Oost Online

18-9-2016, film over de opening, door Lyk A. Burggraaff

Oost online

Wim Vonks Ontroerwoud verrast je steeds opnieuw in het CBK
Artikel lezen op Oost online
oost-online

Promo CBK

Promotie en programmering CBK door Lyk A. Burggraaff
fb

Op Facebook zijn uiteenlopende reacties op het Ontroerwoud verschenen van bezoekers van de tentoonstelling. Hieronder een selectie.

  • Harke Kazemier
    FB 16/9

    Gezien: Ontroerwoud van Wim Vonk
    Vaak heb ik last van teveel. Een winkel als de Mediamarkt kom ik regelmatig onverrichterzake uit door een te overweldigend aanbod. Dan maar geen nieuwe TV… Ook uitzoekbakken met “alles voor één euro”, stapels in de aanbieding zijnde kleren, Drie Dwaze Dagen en Waanzinnige Weken zijn niet aan mij besteed. Al jaren mijd ik de vrijmarkt op Koningsdag. Door een teveel aan dingen zie en vind ik niets meer en door de jaren heen lijkt dat steeds erger te worden. Massablindheid?

  • Vorige week was ik bij de opening van de tentoonstelling Ontroerwoud van Wim Vonk in het CBK in Amsterdam. Ontroerwoud is een ruimte vullende installatie die is opgedeeld in een aantal kleinere installaties die dan weer opgebouwd zijn uit honderden kleinere en grotere voorwerpen. Al die voorwerpen zijn op één of andere manier bewerkt, beschilderd, beplakt, betimmerd en aan elkaar bevestigd. Er zijn tekeningen, Afrikaanse beelden, werk van andere kunstenaars. Er is geluid en beweging. En bovenop dit alles is er muziek, zijn er performances, optredens en verhalen.

    Het Ontroerwoud is veel, heel veel.
    Voor een eerste indruk was het mij te veel en om het werk een betere kans te geven besloot ik de volgende dag terug te gaan, om uit het geheel, de titel indachtig, tien ontroerende dingen te zoeken. Dat viel nog niet mee.
    Door dat ik heel gericht en precies moest kijken viel het pas op met hoeveel zorg elk stukje van de installatie in elkaar gezet is. Stukjes zien er uit als abstracte schilderijtjes, Miro-achtige sculptuurtjes, architectonische modellen, film sets en ga zo maar door. Alles met grote aandacht voor kleur, textuur en vorm.
    Terugkijkend denk ik dat Wim Vonk geen installatie gemaakt heeft. Ik geloof eigenlijk ook niet dat dat zijn intentie is; het Ontroerwoud is al tien jaar niet af, wordt voortdurend opgebouwd en afgebroken en is voortdurend aan verandering onderhevig. Het komt waarschijnlijk ook nooit af. Het Ontroerwoud is een installatie bij gebrek aan een beter woord.

    Volgens mij maakt Wim Vonk details. Veel van die details zouden ook een op zichzelf staand “af” werk kunnen zijn, maar hebben vaak zelf ook weer allerlei details, of zijn zelf een onderdeel van een groter geheel. Je kunt in het Ontroerwoud voortdurend in- en uitzoomen, naar links, rechts, boven en onder bewegen en je zal steeds nieuwe kunstwerkjes tegen komen. Juist in het Ontroerwoud kunnen al die details “affe” werken worden, zoals een bestaand werk, als het kleine schilderijtje van JCJ Vanderheyden, een detail kan worden. (Erg JCJ Vanderheyden-achtig trouwens.) In het Ontroerwoud kan een spijkertje betekenis hebben en een bezield Afrikaans beeld “slechts” vorm zijn.

    Details hebben vanuit hun aard een geheel nodig en het Ontroerwoud is dat geheel.
    Het Ontroerwoud is de mogelijkheid om door te kijken kunst te maken.
    Dus ga dat zien, tot en met 22 oktober in het CBK in Amsterdam. Ook met werk van o.a. Marja van Putten, Jan Theun van Rees, Ralph Westerhof en Su Tomesen.

  • Diek Kubbe
    FB 12/9

    Diek Kubbe schreef de volgende tekst op FB die een mooie wending laat zien in het bekijken van Ontroerwoud.

    De zomer zou voorbij moeten zijn en dus werd het weer tijd voor cultuur.
    Nu maar eens dichtbij naar een tentoonstelling in het CBK in Amsterdam Oost.
    Daar is net een expositie geopend van Wim Vonk. Op FB werd het al min of meer aangekondigd. De titel van de tentoonstelling: Ontroerwoud.
    Mensen die mij een beetje kennen kunnen voorspellen hoe ik op zo’n titel reageer.
    Voor diegenen die dat niet weten: oei, woordspeling, Seth Gaaikema, lollig, bah.
    Ook de foto’s van het werk en de opbouw van de tentoonstelling maakten mij huiverig:
    Wat een op elkaar gepleurde hoop, wat een chaos, ik zie niks.
    Een uitstekende reden om te gaan kijken.

  • Intermezzo.
    Ik ben kort geleden 65 jaar geworden (dank u voor de bloemen) en onvermijdelijk, nou ja, gedateerd. Tijdens de opleiding tot (non figuratieve) beeldhouwer kreeg je natuurlijk de discussies over de SOKKEL. In die tijd (ja kinderen, lang, lang geleden) ging het nog over het hoe van de sokkel: vorm, maat, materiaal en desnoods kleur.
    Met als lichtend voorbeeld natuurlijk Brancusi.
    Wij, studenten, vonden die visie een volstrekt achterhaalde en zeer verwerpelijke neokoloniale, square, imperialistisch gefundeerde en door het reactionaire, conservatieve, internationale kapitalistische complot in stand gehouden dogma.
    Ik moet bekennen dat ik (vroeger!) toch nog wat beelden op iets geplaatst heb wat voor een sokkel kan doorgaan en ik ben nu ook een vuile kapitalist zo gaat het meestal, maar daar hebben we het nu niet over. Wat wel over is gebleven is mijn strakke mening dat een drie dimensionaal beeld min of meer geïsoleerd in een ruimte moet staan.
    Om zijn identiteit te tonen, met de hoop dat de aard van het ding geen associaties oproept met imponeren, poeha, of het internationale kapitalistische complot.
    Einde intermezzo.

    De tentoonstelling dekt, ik zou zeggen, helaas, de titel. Die past en is juist.
    Het is een oerwoud waar, tussen de lianen en dichte chaos en duisternis, steeds iets opduikt dat je blik en aandacht vasthoudt. De volledig gelijkwaardige nevenschikking van alle objecten in een complexe, eilandachtige setting stoort me. Ik zie iets dat mij boeit, dat ik een zekere magie toedicht en dat ik uit het geheel wil tillen, zodat ik het rustig in mijn brein kan laten stromen, zonder die (voor mij minder sterke) objecten er zo dicht om heen geplaatst zijn dat ze de kwaliteit van dat ene ding verstoren. Wim Vonk blijkt zelf aanwezig te zijn en is nog een object ergens tussen aan het plaatsen. Ik spreek hem maar eens aan. Ik vraag hem botweg om dat ene ding uit het totaal te tillen en de, volgens mij, bijzondere kwaliteit wat meer lucht te gunnen.
    Er ontstaat een aangenaam gesprek. Hij is niet onwelwillend mijn verzoek te honoreren, maar dan heb ik eigenlijk niet begrepen waar het hem met deze tentoonstelling om te doen is. De bedoeling is, onder meer, om als een jager in het oerwoud te vertoeven en al dwalend te merken dat er dingen verschijnen die de blik vasthouden. Dat is nou net de aardigheid. Waarom de blik sturen?
    Daarbij komen nog onvermijdelijk andere kwesties langzaam bovendrijven: wat is verzamelen, wat is rangschikken, kiezen, structuur aanbrengen, organiseren, verrassen, dominantie en ondergeschiktheid.
    Hoewel ik groot voorstander blijf van meer=meer, heb ik toch moeite met deze hyper complexe werkwijze. Niet in oordelende zin, maar ik kan dit niet.
    Het mooie van deze tentoonstelling is dat ik zeer terloops ‘verlicht’ word. Al rondneuzend word ik steeds luchtiger, ondogmatischer, huppeliger. Al met al een verhelderend bezoek. Eenmaal weer buiten sta ik vrolijk in de warme middagzon.

    Gaat dat zien.

  • Alexandra Zoi

    januari 2017

    Expositiebezoek Het Ontroerwoud, CBK Oktober 2016

    DE ONZICHTBARE WERELD VAN WIM VONK
    © Alexandra Zoi/Art and Language

     
    27 Jaar geleden. Zaterdagmiddag op de Rietveld Academie. Ik wandel opgewonden als een klein kind in een speeltuin door de gangen van de kunstinstelling. Ik ben net met het vliegtuig aangekomen uit Athene met een map van 50×70 vol tekeningen gemaakt met houtskool en grafiet.
    Ik had een baan op de internationale luchthaven van Athene en hoopte zo snel mogelijk te emigreren naar een grijs, somber land. Stiekem ging ik in mijn vrije tijd naar tekenles en tijdens de nachtdienst las ik literatuur achter de kassa. Op een nacht stond er een stel uit Amsterdam voor mij om af te rekenen.

  • We raakten in gesprek over landen en culturen en na ons afscheid was ik toch heel nieuwsgierig naar het vreemde land waar zij vandaan kwamen. Twee jaar eerder had ik een boek gekregen met een selectie van de brieven van Vincent van Gogh in het Grieks en had voor het eerst iets vernomen van het land dat Holland heet. Binnen een jaar had ik twee keer Amsterdam bezocht en na een gesprek met de decaan van de Rietveld Academie had ik besloten deel te nemen aan de toelatingsexamens. Achter de grijze deur in een van de leslokalen wacht een docentenjury op de kandidaten, die net zoals ik met hun map door de gangen ijsberen. Als ik aan de beurt ben, laat ik vol verwachtingen mijn werk zien. Studies van koppen, gemaakt naar de waarneming volgens de richtlijnen van klassiek tekenen. Ik word afgewezen. Een van de juryleden was het hoofd van de afdeling: de kunstenaar Wim Vonk.

    CBK Amsterdam, oktober 2016

    Met zijn ruwe handen raakt Wim teder zijn kostbare spullen aan: een versleten schroef van metaal, een gescheurd koffiebekertje van plastic, vier verkoolde appeltjes in fossiele toestand en een potje babyvoeding met ongedefinieerde inhoud. De deur van een wasmachine ligt verderop in een hoek op de manier waarop we een kostbare porseleinen vaas in de salonkamer zouden installeren. ‘Een tekening is een weg naar een ander universum’, legt hij uit, terwijl hij met zijn hand een denkbeeldig laagje stof afneemt. De stilte onderstreept een gemotoriseerde stok die onvermoeid cirkelvormige lijnen op witte vellen ruw en glad papier herhaalt. We staan naast de ‘kleine fabriek voor baby- en peutervoeding’, een organische constellatie van een miniatuurstad. Honderden alledaagse voorwerpen, vlijtig verzameld in een eerdere tijd, hebben zich genesteld in een nieuw onderkomen. Deze constellaties zijn te lezen als een tekst in een onbekende taal. Al snel blijkt dat de reiziger – in dit geval de toeschouwer- de objecten alleen kan ontcijferen door de eigen associaties te koppelen aan de vreemde assemblages. En dit proces is alleen mogelijk als de zintuiglijke waarneming de regie krijgt.
    Wim frutselt aan een glazen schaal met een transparant lichtgroene vloeistof die doet denken aan een olielamp uit een orthodoxe kerk ergens in de Balkan. ‘Het zijn de sporen van verlies, gemis en vergankelijkheid, bezegeld door de tijd. Het was het gedicht “de stad” van de Griekse dichter Kavafis dat mij heeft geraakt en ben toen met dit werk begonnen, 30 jaar geleden; dat gedicht is de vonk geweest: (…)

    waarheen ik kijk, waar ik mij wend of keer,
    geblakerde ruïnes van mijn leven zie ik weer,
    waar ‘k zolang heb gewoond, verspild, verbrand.’
    Je vindt geen nieuwe zeeën en geen nieuwe haard. 
    Overal volgt je de stad. Telkens weer dwaal je om
    in dezelfde straten, buurten, tot je hoge ouderdom,
    en in dezelfde huizen worden je haren grijs.
    Altijd wacht deze stad op je; geen schip is er, geen reis, 
    geen enkele weg voor jou naar elders, hoop dat niet.” *

    Zijn stem echoot roestig en aandoenlijk, net als de metalen voorwerpen die goedgunstig hun verhaal fluisteren tussen de andere afgedankte schatten.

    Een eigen plek

    Het is drie uur in de middag en de gladde vloer van de galerieruimte weerkaatst een koud, witgrijs licht. Tijd voor koffie. De koffiegeur vermengt zich met de muffe geur van modder, roest, oud hout en mist. De kunstenaar inspecteert de stapelingen met minutieuze zorgvuldigheid terwijl hij als een tuinier in een kruidentuin heen en weer loopt tussen de installaties, die eilanden vormen in een arbitrair geografisch landschap. Een krokodil op een kinderfietsje luistert waakzaam naar de small talk van een Mickey Mouse-pop, en een lichtgevende slinger hangt nonchalant achter een regiment lippenstiften. Het opschrift ‘Totale verduistering’ op een houten plank verwijst naar de gang van zaken in een andere werkelijkheid. Geen nieuws van het westelijk front constateert een stemmetje in mijn hoofd en de associatie met het boek van Remarque schiet me ongevraagd te binnen.

    Terwijl we ons verplaatsen van eiland naar eiland als Alice in Wonderland, beklemtoont het geluid van een koekoek stemmig, ingetogen en in vast ostinato-ritme het vervliegen van de tijd. En op de bovenverdieping van een stellage met de naam ‘Het koffiezetsetje’ – een stellage samengesteld uit allerhande spullen en materialen die een imitatie is van een poppenhuis – glimt een warm lichtje naast een sierlijke theepot. ‘Mijn werk is een ode aan de vergankelijkheid en de schoonheid van de dood. Want het is enerzijds ontstaan door dingen die dood zijn gegaan, maar anderzijds blijft het werk hoe dan ook eindeloos groeien en is daarom enigszins onsterfelijk; ik herorden en onderhoud voortdurend deze wereld. Dit is een mooie tegenstelling want wij zelf zijn ook vergankelijk, we zijn stervelingen. Het is ook een subtiel protest tegen de fastfood-mentaliteit en het consumptisme. De kunstwereld versus het kunstenaarschap. Contradicties en paradoxen. Maar de kosmos bestaat überhaupt dankzij contradicties.’

    Aan de wand hangen tekeningen van groot formaat, gemaakt met rivierklei, Oost-Indische inkt, sepia en gebrande oker in Botopasi, een dorp in Suriname aan de rand van het oerwoud. ’Het is een afwijkende tekening, althans afwijkend van wat ik daar gemaakt heb. In eerste instantie dacht ik dat het kwam door het bijeffect van de antimalaria kuur maar nu denk ik dat het het gif van een glimworm was waar ik de laatste weken in Suriname last van heb gehad’. Daar in Botopasi tussen de marrons heeft de materiekunstenaar zich in zijn element gevoeld. Hij ontwikkelt een liefdesrelatie met het oerwoud, de kleibanken en de rotsen die telkens verschenen met het wisselen van de getijen. ‘Het ultieme doel is wel misschien een habitat maken, een thuis scheppen. En dit hier is mijn eigen plek in de wereld’, vertelt Wim zacht en ik realiseer me dat hij een geheim aan ons allen wil toevertrouwen.

    Binnenwereld en buitenwereld.

    Ik bevind mij vaak in een positie dat ik gewild of ongewild grenzen ter discussie moet stellen: de begrenzing tussen taalcontexten en interpretaties bijvoorbeeld of de scheidingslijn tussen realiteit en fictieve belevenissen. Op 7 september 1989,op mijn eerste reis naar de onbekende wereld buiten de grenzen van mijn geboortestad in Griekenland, stap ik na 2,5 dagen reis via het oude Joegoslavië, uit de trein op station Amsterdam Centraal en loop in de regen richting centrum, gefascineerd door het onbekende en gedreven door een oerdrift. Bij de eerste aanblik van de donkere façades twijfel ik of die van steen zijn of van chocolade en pas wanneer ik met de hand de natte muren heb aangeraakt weet ik het.. Waar ben ik? Toch niet in Luilekkerland?

    In barre tijden dromen mensen van een aards paradijs, een sprookjesland waar het beleven van een ultiem utopisch genot een werkelijkheid is. Breughel schildert het raadselachtige Land van Cocagne, een land van melk en honing, van rijstebrijberg en rivieren van limonade, gebaseerd op middeleeuwse sprookjes, en levert hiermee commentaar op eigentijdse maatschappelijke misstanden. In Utopia beschrijft More een imaginair land, onbedorven en volmaakt, bevrijd van de kwalen die tot de dag van vandaag onze moderne wereld teisteren; heerschappij en privébezit zijn bijvoorbeeld afgeschaft. Tegelijkertijd zijn de toponymieën Anydrus, Macarenses, Achora en Utopia de tautologie van een onmogelijke werkelijkheid. Lewis Carroll speelt in Alice in Wonderland met de subtiele grenslijn tussen zin en onzin en Italo Calvino schept woord voor woord ideale steden die afwijkend en bovenal onzichtbaar zijn. Deze imaginaire werelden bestaan immers in de geest van een lezer, een reiziger of een kunstenaar die hen kan waarnemen.
    Ik woon ondertussen al 25 jaar in Nederland en mijn studie op de Rietveld Academie was succesvol voltooid in 1997; ondertussen ben ik kunstenaar en 1e graadsdocent CKV in het VO; iedere dag leg ik verantwoording af over mijn taalkennis, mijn culturele achtergrond, mijn loyaliteit aan mijn Nederlands-Griekse identiteit. Mijn geboortestad Patras op Peloponnesos ligt aan de andere kant van Europa in Hellas, een land waar, -volgens de berichtgeving van de mainstream media-, “luie en corrupte” mensen wonen. Het zijn moeilijke tijden en voor het eerst in 25 jaar voel ik me weer ontworteld; een “vreemdeling” in limbo. Als ik uit lijn 9 stap op zoek naar de Oranje-Vrijstaatkade om de expositie van Wim Vonk te bezichtigen op een grijze oktoberwoensdag in de huidige tijd, steek ik direct de grens over en bevind mij abrupt in de bizarre wereld van Lewis Carroll; op de straatnaamborden lees ik de namen van de straten en steegjes van de onbekende buurt: Land van Cocagne, Nirvana, Utopia, Eldorado, Paradijsplein en Hof van Eden. Ik moet de borden herlezen om die te kunnen koppelen aan het beeld van de straat.

    Waar eindigt de werkelijkheid, waar begint de verbeelding?

    Dit is Oostpoort: een wijk volop in aanbouw met aan de ene kant een niet erg innemend winkelcentrum en aan de andere kant massieve wooncomplexen van zes lagen hoog. Daar, om de hoek van het Centrum voor Beeldende Kunst, ligt het Paradijsplein, een utopie in vervallen staat; de vervuilde grond op dit voormalige fabrieksterrein is inmiddels gereinigd. Dit is de wijk van Nirvana; een eufemisme voor de huidige teloorgang en een belofte voor een toekomstig Eldorado. Een maand lang maak ik ontelbare routes tussen ruimte en tijd, tussen zin en onzin, taal en tautologie, binnenwereld en buitenwereld. En elke keer steek ik de grens over tussen een imaginair en een werkelijk paradijs terwijl de aandoenlijke verhalen van het Ontroerwoud van Wim mij hardnekkig blijven achtervolgen. Het was geen standaard expositiebezoek. In de werkelijkheid ben ik op pelgrimstocht geweest. Het was een pelgrimstocht naar de onzichtbare werelden die zich nestelen in het Ontroerwoud van mijn voormalig docent, in mij en wellicht ook in u.

    *de vertaling van het gedicht van Kavafis is van Mario Molegraaf en Hans Warren (Gedichten, vertaling H.Warren en M. Molegraaf, 1991)

    www.alexzoi.com